Recensie: Hedendaagse legendes 16.02.2012 - door Peter Moerenhout - reageer

Magisch

Magisch-realisme: een term die bij vele mensen de haren ten berge doet rijzen. En soms zelfs terecht. Het is namelijk een vrij onbestemd genre dat, wanneer slecht beoefend, al snel uitmondt in lichtvoetige droomfantasieën die geen steek houden en zelden een greintje rode draad bevatten. Deze strip bedient zich van het magisch-realisme maar slaagt wonderwel in zijn opzet.

Deze hardcover is een bundeling van drie strips uit de beginperiode van Enki Bilal: “Het dorpje dat ging vliegen”, “Het schip van steen” en “De onbestaande stad”. In die tijd besefte hij nog dat hij vooral een tekenaar is en werkte hij samen met scenarist Pierre Christin.

De drie verhalen in dit boek hebben allemaal dezelfde enigmatische en mysterieuze hoofdrolspeler gemeen. Doch, hij is geen Thorgal die het verhaal voortdrijft. Eerder is hij de katalysator waarrond elk van de drie verhalen wordt opgebouwd. De echte hoofdrolspeler in deze verhalen is de gemeenschap.

Elk hoofdstuk draait rond een groep doorsnee mensen, simpele Jannen (en Jeanninen) met de pet. In het eerste deel is dat een dorp in één of ander bos dat door een corporatie half onteigend wordt, in het tweede deel gaat het om een vissersdorp dat plaats moet maken voor een toeristisch recreatiedomein en in het laatste verhaal gaat het over een groep arbeiders en hun gezinnen die zich afzetten tegen de rijke patroons van de fabrieken waarin ze werken.

De thematiek zou u al duidelijk moeten zijn: sociale onrechtvaardigheid en het verzet van de kleine man tegen de grote, rijke boosdoener. Toch loopt Christin niet in de val van zwart en wit. Hij weet genoeg onnozelaars en onsympathieke personages aan beide kanten van zijn medaille te placeren om gewag te kunnen maken van nuance.

In elk van de verhalen doet er zich plotsklaps een veelal onverklaard voorval voor dat de gemeenschap op stelten zet: het dorp gaat vliegen, de kluizenaar blijkt een echte tovenaar, de ideale stad van de toekomst verrijst uit de grond voor eenieder die zich daar wil vestigen. Kristin overdrijft de magie in zijn verhalen niet en houdt het meestal bij één realiteitsvervagende plottwist. De gevolgen van zijn spielerei zijn veel belangrijker. Aan de hand van de twist, die het normale, alledaagse leven ontwricht, ontleed hij zijn personages. Zo worden de dynamieken die onze samenleving (spijtig genoeg) kenmerken duidelijk vanuit het innerlijk leven van de hoofdfiguren.

Ik sta er steeds van te kijken als sommige mensen een bepaald werk “actueel” noemen en daar dan nog versteld van staan ook. “Amai, in Lord of the rings gaat het over oorlog en nu zijn er ook nog oorlogen.” Zoiets. Ik zal dus niet snel die kaart trekken. Elk verhaal met een beetje thematische diepgang blijft immers, totdat we over een jaar of tienduizend het punt van de gelijke samenleving voor alles en iedereen bereiken, altijd actueel. En toch durf ik stellen dat het laatste verhaal van de drie actueler is dan anderen. Met al die stakingen en de onrechtmatige verdeling van allerhande rijkdommen vandaag de dag komt deze hardcover op het juiste moment bovendrijven.

De uitgave is verzorgd, zoals we dat gewend zijn van Casterman, en in deze bundeling zit ook een kortverhaal dat nooit eerder in albumvorm verscheen.

U merkt dat ik het niet echt over Bilals tekenstijl heb in deze bespreking. Veel valt daar niet over te zeggen. Dat zie ik als parate kennis. In deze strips zien we Bilal de aanloop inzetten om met een gigantische sprong over de hoofden vele andere tekenaars een graai te doen naar genialiteit.

Recensie: Hedendaagse legendes

Tekst: Pierre Kristin

Tekeningen: Enki Bilal

Peter Moerenhout schrijft strips, schrijft over strips en interviewt stripmakers. Hij schrijft ook nog andere dingen en maakt muziek. Ga gerust eens kijken op zijn blog. Het doet geen pijn: http://petermoerenhout.be/

De geboorte van een strip – Turpin 14 15.02.2012 - door Ivan Claeys - reageer

Het universum van Turpin (4a)

Ik probeer de losse eindjes aan elkaar te knopen. Het is een kwestie van proberen: ‘Wat als Turpin nu eens dit of dat… Welke gevolgen heeft dat dan voor de rest van het concept? Verschillende pistes lijken achteraf onhaalbaar of  oninteressant en beperkend. Het zal wel komen. Maar nu blijkbaar nog niet. Daarnaast moet ik ook op zoek naar nevenpersonages. In blog 13 las je dat Daan graag een vaste groep rond onze Turpin had. Maar omdat ik nog niet zeker ben wie Turpin eigenlijk is, blijf ik de beslissingen daaromtrent wat voor me uitschuiven. Een stresserende situatie. Daan verhoogt de druk nog wat door ‘werk’ te vragen. Hij wil dolgraag schetsen gaan maken van de nieuwe personages. Tja… Als je tekenaar tijd heeft om met je strip bezig te zijn moet je hem werk geven.

Ik beslis om het andersom te proberen: Ik werk Turpin nog niét uit. Ik ga er enkel vanuit dat hij een spion zal zijn. De rest vul ik later wel in. Ik hou me eerst bezig met de groep rond hem, zodat Daan zijn voorbereidend schetswerk kan beginnen. Eens kijken… Ik heb een groep geheime agenten nodig waar ik grappige dingen mee kan doen. Een leider. Ik noem hem onmiddellijk James Pond. Dat klinkt niet alleen grappig, de lezer zal ook direct weten wat voor personage het is. Daan vroeg om een vrouw. Eentje die haar charmes kan gebruiken. Dat is twee. Een krachtpatser is ook altijd handig, om de dingen recht te trekken als het nodig is. Als tegenpool verzin ik daarbij een spion die  niets kan: een eenbenige, slechthorende oude man. Dat lijkt me wel grappig. Dat is vier. Nog eentje. Er mag nog een onopvallend karakter bij. Eentje die kan doorgaan voor iedereen, zonder op te vallen. Een knecht.

Het eerste verhaal

Terwijl ik met die personages bezig ben, begin ik flarden van het eerste verhaal te ontdekken. Ze moeten naar de Caraïben om iemand op te halen. Een rijkeluiszoontje. Zo’n verwend ventje dat denkt dat de wereld rond hem draait en pappie wil dat ie terug komt. Dat lijkt me wel leuk. Het moet niet over politiek gaan, of oorlog, of andere belangrijke zaken in het eerste verhaal. Lekker luchtig kan ook. Die politiek of oorlog stop ik er tussen de regels wel in, zodat het vooral een vrolijk sfeertje blijft. Maar ik heb wel een slechterik nodig… Iemand die roet in het eten gooit. Een piraat? In de Caraïben zitten piraten, dus die moeten een belangrijke rol in het verhaal spelen. Bovendien wil Daan ze graag tekenen. Hop, een piraat als slechterik. Zo snel kan het gaan. In dat proces leg ik de eerste stukken van de structuur van het verhaal vast: een openingsscène in Engeland en dan verkassen naar de Caraïben. Ik zou kunnen starten met een mislukte overval… Dan is de link met het kortverhaal, en met Dick Turpin ook direct gelegd… Ik kriebel het op een post-it. Daar moet mijn aandacht eerst naar gaan.

De eerste schetsen

Even snel als ik de personages op een rij zet, stuurt Daan me de eerste schetsen door. Ja, dat ziet er weer goed uit. Het zal niet lang duren vooraleer ik het verhaal op orde krijg. Je voelt dat. Als je ideeën opgevolgd worden door schetsen die je inspiratie nog meer doen opflakkeren komt het soms snel. We zijn vertrokken!

 

 

De geboorte van een strip – Turpin 13 08.02.2012 - door Ivan Claeys - reageer

Documenteren en overleggen

Zowel Daan (Ik was er ondertussen achter gekomen dat Daniel het liefst als Daan wordt aangesproken.) als ikzelf waren dus weer aan het documenteren geslagen. In feite is het op zo’n moment een beetje ‘met de natte vinger’ documenteren, want zolang je geen beslissing neemt over welke richting je uit wil met het soort verhalen dat eraan zit te komen, kan al die informatie achteraf zowel erg nuttig als volstrekt nutteloos blijken. Om dat te vermijden laten we elkaar begin 2011 al vlug weten wat onze voorkeuren zijn, en waar we op dat moment allemaal aan denken. Al gauw bezorgt Daan me, na wat heen -en weer gemail, een lijstje met dingen die hij heel graag zou willen tekenen:

- Grotesk avontuur! (grote Hollywood productie!;-)
- Reizen (verhaal eventueel thuis beginnen, op reis, en aan eind van verhaal weer thuis)
- Uiteraard veel (droge) humor (Asterix, Dirk-Jan, Gilles de Geus etc)
- Ik zou het liefste een (kleine) vaste cast hebben van een paar personen (familie gevoel), met RT aan het hoofd.
- Slechterik
- (mislukte) Berovingen
- Inbraak (in kastelen enzo)
- Spionage
- Donkere kerkers
- Galg (beul)
- Zeereizen, zeilschepen, zeestormen enzo
- Caraïbische strafcolonies
- Piraten
- Caraïbische piratendorpen
- Grotten
- Schatten
- Spoken, geesten en (grote) monsters
- Een “babe” (schone Caraïbische inheemse?)
- Onbewoonde eilanden

Het is een lijst die ik niet zomaar overneem. Er staat heel wat op, en het lijkt me onmogelijk om dit allemaal in één verhaal te stoppen. Maar ik merk wel welke richting hij uit wil. Als ik heel eerlijk ben: dit wil ik ook heel graag doen. Vanaf nu richt ik me dus naar een verhaal dat zich in de Caraïben kan afspelen. De vraag is alleen: Hoe geraakt de Engelse struikrover Rick Turpin in de Caraïben?

Het universum van Rick Turpin (3)

Omdat we het eerste verhaal van Rick Turpin in de Caraïben willen plaatsen, moet ik een reden vinden waarom het mogelijk is om dit te doen. Het is nu eenmaal niet  logisch dat een Engelse struikrover naar de Caraïben vertrekt. Het is niet alsof er in de achttiende eeuw een reisbureau was waar je een ‘vlucht’ kon boeken, of zo. Het gegeven van Rick Turpin als struikrover beperkt ons hoe dan ook in onze bewegingsvrijheid. Na wat nadenken en overpeinzen kom ik met het volgende idee op de proppen: De originele Dick Turpin is terechtgesteld in 1739. Wat als hij nu eens niet is gestorven? Men doet alsof Dick Turpin opgehangen wordt, maar in werkelijkheid moet hij als spion werken voor Engeland. Hij doet dat onder een pseudoniem: Rick Turpin. Je ziet onmiddellijk dat niémand ook maar enig argwaan zal hebben met een dergelijk vernuftig gevonden naam. :-) Spion Rick Turpin kan dan ook gemakkelijk na het uitvoeren van z’n opdracht terugkomen naar Engeland, en voor het tweede verhaal naar een andere plaats reizen.

Het wringt wat

In eerste instantie ben ik wel tevreden met mijn idee. Maar hoe meer ik erover ga nadenken, hoe meer problemen de kop komen opsteken. Waarom zou men bijvoorbeeld een struikrover kiezen om geheim agent te zijn? Waarom gaat Turpin niet gaan lopen van zodra hij in de Caraïben zit? Waarom kies ik een slechterik als hoofdpersonage als ik hem ‘de goeie’ wil laten spelen in mijn verhalen?

Dat en andere (kleinere) probleempjes zorgen ervoor dat ik het idee aan de ene kant wel goed vind, maar aan de andere kant niet erg handig of geloofwaardig. Die twijfel doet me beseffen: ik ben er nog niet. Het universum van Rick Turpin is nog niet klaar. Het onmiddellijke gevolg daarvan is dat ik de naam ‘Rick’ uit de titel schrap. Ik stel Daan voor om de serie ‘Turpin’ te gaan noemen. Dat geeft me sowieso meer mogelijkheden. Ons personage zal Turpin heten, zal ‘iets’ met Dick Turpin te maken hebben, in Engeland wonen en toegang hebben tot de wereld van de 18e eeuw. Nu alleen nog de eindjes aan elkaar knopen…

 

Recensie: Jododcus de barbaar nr. 1 – Een prinses ontsnapt 03.02.2012 - door Peter Moerenhout - reageer

Conan

Ik moet eerlijk zijn: ik was geen fan van Marq van Broekhoven. “Peer de Plintkabouter” vond ik een niet zo denderend getekende gagstrip met doorgaans vrij voor de hand liggende pointes  en “Marq denkt” heb ik niet gelezen. Maar na het lezen van de eerste “Jodocus de barbaar” ben ik van gedacht moeten veranderen.

Door Peter Moerenhout

Jodocus dook voor het eerst op in het Nederlandse stripblad Eppo maar werd intussen, na slechte cijfers bij een referendum onder de lezers, alweer afgevoerd. Uitgeverij Strip 2000 viste het personage echter op en gaf het eerste album uit.

Jodocus de barbaar is een regelrechte parodie op Conan the Barbarian en andersoortige fantasystrips. Van Broekhoven smokkelt ook enkele gegevens uit sprookjes het verhaal binnen. Toch is deze strip meer dan een simpele parodie. Van Broekhoven gebruikt enkel de uitvergrote basisgegevens van eerdere barbaren en vertelseltjes, niet de gebruikelijke plotlijnen.

Die plotlijn is in se ook niet zo bijzonder. Het gaat hier om een Cyrano de Bergeracesque persoonsverwisseling in een romantische relatie.

Dat klinkt misschien allemaal niet zo wervend. Waarom heb ik mijn mening over van Broekhoven dan herzien? Wel, de strip moet het niet hebben van de plot, belangrijker zijn de humor en de bizarre personages. In de trant van Donjon weet van Broekhoven met situatiehumor en grappige dialogen een zeer entertainende fantasystrip te maken. Orkachtigen die spreken over “lieve, tere vlindertjes”, een queeste naar een waterval die om de hoek blijkt te liggen, dat soort dingen.

Hoe onnozel de humor soms ook is, ik ben er voor gevallen. Dat ik niet plat ging voor “Peer de plintkabouter” en wel voor deze strip ligt deels aan de vorm. De absurditeit van van Broekhoven lijkt beter te werken in een ruimere setting.

Het metier dat hij opgedaan heeft door jarenlang Peer strookjes te tekenen gaat hem ook goed af in deze langere strip. Eén van de meest in het oog springende pluspunten aan deze strip is immers de timing en het ritme.

En ook met de tekeningen valt het me mee. Van Broekhoven is nog steeds geen meestertekenaar maar zijn stijl is wel geëvolueerd met deze strip. Zo zit er meer detail in de achtergrond of soms net niet, maar dan gebruikt van Broekhoven wel een gestilleerde decor met mooi afgewerkte silhouetten van een bos of iets dergelijks.

Ook de inkleuring doet veel. Die is simpel maar doeltreffend en heft de tekeningen naar een hoger niveau dan voorheen.

Op zich een spijtige zaak dat deze strip niet meer in Eppo verschijnt. Misschien omdat het een buitenbeentje is? Alleszins, ik heb het voor buitenbeentjes en deze strip gaat op de stapel “te bewaren”. Achteraan in de strip staat alvast een tweede album aangekondigd. Jottum.

Jododcus de barbaar nr. 1 – Een prinses ontsnapt

Marq van Broekhoven

Strip 2000

Peter Moerenhout schrijft strips, schrijft over strips en interviewt stripmakers. Hij schrijft ook nog andere dingen en maakt muziek. Ga gerust eens kijken op zijn blog. Het doet geen pijn: http://petermoerenhout.be/

De geboorte van een strip – Turpin 12 01.02.2012 - door Ivan Claeys - reageer

Vorige week was er geen nieuwe aflevering van deze blogreeks te vinden. Er was een probleem met de site die een aantal dagen bleef aanslepen, waardoor ik de beslissing heb genomen om een weekje te schrikkelen. In een schrikkeljaar moet dat kunnen. :-) Maar deze week zijn er geen problemen, en kan ik verder met de twaalfde episode.

Inspiratie bij een leeg blad

Even resumeren? We zitten nu in het begin van 2011. Daniel vanden Broek en ikzelf beginnen opnieuw omdat we de sprong hebben gemaakt van een reeks kortverhalen naar een reeks albumlange verhalen. Vooral dat ‘album’-stukje klinkt goed. Uiteindelijk draait het ‘m daar allemaal om, hoor. Al de moeite die we doen om aan een publicatie te geraken (Of dat nu in een krant, een tijdschrift of op internet is; dat maakt niet uit.) gebeurt in de meeste gevallen met een al dan niet verborgen droom in het achterhoofd: Misschien komt het later ooit in een album terecht. Daniel en ik hebben elkaar eind 2010 voor de eerste keer ontmoet en genieten daar nog van na als we onze strip ‘Rick Turpin’ terug gaan uitvinden. Een reboot, zonder dat we het eerste idee ooit volledig hebben gebruikt. Maar dat geeft niet: we gaan ‘m nog beter maken.

We beginnen dus opnieuw met een leeg blad. Alhoewel je dat deze keer kan nuanceren. Ons leeg blad is niet volledig leeg. Er staan al een paar zinnetjes op. ‘Rick Turpin’, bijvoorbeeld. ‘Ergens halfweg de 18e eeuw.’ en ‘Struikrover’. ‘Grappige scènes’ is er ook eentje. Veel is het niet. Toch komt het haar in m’n nek recht als ik aan de mogelijkheden van dit nieuwe avontuur denk. Ik heb eindelijk de kans om een klassieke avonturenreeks te schrijven! Eentje in de traditie van Gilles de Geus, of Asterix, of Kuifje, of De Blauwbloezen, of… Niet dat ik ons project op eenzelfde lijn ga zetten van deze fantastische reeksen, maar bekijk het realistisch: ook die series zijn ooit begonnen. Onbekend, ongelezen, onafgewerkt. Ze zijn ooit begonnen met een leeg blad, waar langzaam maar zeker een aantal zinnetjes op terecht kwamen. Pas later zijn ze geschreven, getekend, gepubliceerd en is gebleken hoe goed ze eigenlijk wel waren. Ons leeg blad, en onze zinnetjes kunnen dus de start zijn voor veel meer. We zullen later wel zien hoe goed onze strip zal is. Wat de ànderen er van vinden. Maar dat zijn zorgen voor later. De gedachte alleen al dat we die start maken, maakt ons enthousiast. We zien wel waar we uitkomen.

Onze bijna lege blad moet nu gevuld worden. Daardoor ga ik weer documenteren. Ik verzamel boeken, films, tijdschriften,… Alles wat te maken heeft met de 18e eeuw of Dick Turpin. De bedoeling daarvan is informatie verzamelen en sfeer zoeken. Die sfeer is puur voor mezelf: ik wil me een beetje in de 18e eeuw voelen. Ik wil een beetje Dick Turpin zijn. Of liever gezegd: ik wil me een beetje in mijn 18e eeuw voelen, en ik wil een beetje Rick Turpin zijn. Omdat we een humoristische avonturenstrip gaan maken, hoeft alles niet historisch te kloppen. Onze stripheld moet zich niet écht gedragen zoals een 18e eeuwse Engelsman zich zou gedragen. Ik moet alleen het gevoel hebben dat de lezers Rick Turpin en de wereld waarin we hem gaan zetten gaan aanvaarden, en het een prettig tijdperk vinden. Terwijl ik me onderdompel in al dat materiaal, zal ik ook beter open staan voor inspiratie. Die komt niet altijd op bestelling, maar het helpt altijd als je voldoende documentatie hebt doorgenomen. Of als je op een plaats bent die je openstelt voor de muze. Zoals de bovenste foto bij deze blog (Je had je wellicht al afgevraagd wat een foto van een dak hier stond te doen.) waar je mijn schoonbroer Koenraad en ikzelf pannen ziet leggen op mijn dak. Dat is de plaats waar ik  het concept van ‘Papa Razzi’ (nr 265 uit de reeks Suske en Wiske) heb uitgevonden. Koenraad en ik zaten daar te eten, en al keuvelend kreeg ik daar ineens een aanval van acute inspiratie! De foto hieronder is er eentje van diezelfde bouwwerf (De schoonheid naast mij is mijn vrouw). De raamopening waar ik door kijk is dezelfde waardoor ik vandaag kijk als ik de inspiratie zoek, met dat verschil dat er nu glas in zit en ik er iets properder uit zie. :-)

De inspiratie voor de albumreeks zal voor het grootste stuk hier moeten komen in de loop van 2011. En geloof me vrij: ze kwam!

(Maar dat is weer stof voor een volgende aflevering!)

 

Recensie: Wat wij moeten weten 20.01.2012 - door Peter Moerenhout - reageer

De surrealiteit der dingen

In 2007 en de daaropvolgende jaren gooide Willy Linthout hoge ogen met zijn stripreeks “Het jaar van de olifant”. Onder deze titel vertelde hij het gefictionaliseerde relaas van hoe hij en zijn omgeving omgingen met de zelfmoord van zijn zoon: Sam. De reeks “Wat wij moeten weten” is in zekere zin een spin-off van “Het jaar van de olifant”. Willy’s alter ego, Karel, duikt ook in deze stripreeks op.

“Wat wij moeten weten” draait echter meer rond de moeder en de twee broers van Karel. We krijgen dus een inkijkje in de ruimere familiecirkel van Karel Germonprez.
“Moedre” leeft samen met haar zoon Valère in een stil en rustig Vlaams dorp. In de eerste twee delen van de stripreeks wordt er vooral op hen gefocust. Valère is een jonkman die nog steeds bij de steeds meer met haar gezondheid sukkelende Moedre inwoont. Linthout weet de relatie tussen de twee zeer scherp te beschrijven. Valère en Moedre lopen dag in dag uit op elkaar te kankeren maar onderhuids broedt een duidelijke liefde voor en afhankelijkheid van elkaar.
Broer Roger is gelukkig getrouwd en komt semiwekelijks over de vloer bij Moedre, alwaar hij zich te goed doet aan een sloot of twee alcohol. Dat alcoholgebruik lijkt zich te ontwikkelen als een tweede verhaallijn in de strip.
Chronologisch gezien speelt deze strip zich af voor en tijdens “Het jaar van de olifant” en handelt hij eveneens over de repercussies daarvan. In “Wat wij moeten weten” wordt er echter meer ingezoomd op wat dat met Moedre en de rest van de familie doet.
Linthout schetst in deze strip het simpele dorpsleven dat mij persoonlijk zeer bekend voorkomt: blijven plakken in dorpscafés, argwaan tegenover “De grote stad”, de bakker die aan huis komt leveren, … Het feit dat dat gevoel van herkenning bij mij in zo’n grote mate aanwezig was bewijst dat Linthout zijn tableau op voortreffelijke wijze weet te scheppen.
Mensen die “De helaasheid der dingen” gelezen of gezien hebben zullen eveneens enkele thematische gelijkaardigheden ontdekken. Denk nu niet dat deze strip een doorslag is van “De helaasheid…” Het verhaal dat Linthout vertelt is van een totaal andere orde en bovendien heeft niemand het monopolie op het kleindorpelijke drama.
Wat het meeste opvalt aan de strip en waar ik het meeste van genoten heb is het surrealisme dat Linthout, meer nog dan in “Het jaar van de olifant” in het verhaal binnensmokkelt. Zo is Valère een onverbeterlijke knutselaar die de zotste gebruiksvoorwerpen in elkaar flanst. Ik wil niets verklappen maar hetgeen hij uitvind om Moedre uit zijn persoonlijke lade te houden heeft hilarische gevolgen.
Ook een goede vondst is het regeltje tekst waarmee Linthout elk hoofdstuk afsluit. Dit is meestal een droge, puur praktische en beschrijvende zin die op komische wijze iets over het gehele stripverhaal zegt.
Linthout hanteert voor deze strip dezelfde stijl als voor “Het jaar van de olifant” en presenteert ons zijn afgewerkte potloodschetsen. Deze zet verhoogt de geloofwaardigheid van het verhaal want hoewel hij op dezelfde cartooneske manier als voor zijn Urbanusstrips tekent is het juist dat rauwe en onafgewerkte dat de gebeurtenissen realistischer doet overkomen.
“Wat wij moeten weten” verenigt het komische met het tragische en weet op beide vlakken de juiste noten te raken. In principe weet Linthout de humor, de setting, de stijl en de thematiek van “Het jaar van de olifant” en de Urbanusreeks te vermengen met elkaar. En tot nog toe pakt die mayonaise zeer goed.

Wat wij moeten weten
Deel 1: Solden in Griekenland
Deel 2: De ingreep
Willy Linthout
De Bezige Bij Antwerpen

Peter Moerenhout schrijft strips, schrijft over strips en interviewt stripmakers. Hij schrijft ook nog andere dingen en maakt muziek. Ga gerust eens kijken op zijn blog. Het doet geen pijn: http://petermoerenhout.be/

De geboorte van een strip – Turpin – 11 18.01.2012 - door Ivan Claeys - reageer

Een dilemma

In oktober 2010 is de publicatie in Eppo een feit! Ik ben daar héél blij mee. Eppo is een legendarisch stripblad, dat ik in mijn jeugdjaren dikwijls zelf kocht onder de namen ‘Eppo’ of  ‘Eppo Wordt Vervolgd’. Dat je er zelf in staat met een eigen stripverhaal doet je iets. Het is een soort ‘erkenning’ van je werk. Niet dat ik steeds bevestiging nodig heb dat ik goed bezig ben, maar nu en dan mag dat wel eens. Publicaties in stevige stripbladen, of een nieuw album in de kast: het zijn dingen die een ontegensprekelijk bewijs zijn dat je weer een stap verder staat in je ontwikkeling als auteur.

Net als bij de eerdere publicatie in P@per blijkt het verhaal van Rick Turpin goed ontvangen door de lezers. Er is daardoor bij Eppo interesse in Rick Turpin als serie voor het stripblad, wat grote gevolgen heeft voor het project. Bij Eppo zijn ze namelijk vooral vragende partij voor lange verhalen. Het concept dat we voor ogen hebben -kortverhalen van telkens drie bladzijden- is iets waar ze niet naar op zoek zijn. Een dilemma. Aan de ene kant zien Daniel en ik een publicatie in Eppo wel zitten. Eppo is een betalend stripblad met een groot lezerspubliek (Gemakkelijk tot drie keer groter dan bijvoorbeeld P@per), en dat is een zeer aanlokkelijk vooruitzicht. Aan de andere kant betekent dit eigenlijk dat we volledig opnieuw moeten beginnen. Alles wat we opgebouwd hebben (en dat je kon lezen in mijn vorige tien blogs) kan de vuilbak in. Het is geen gemakkelijke beslissing. Daarbij komt ook nog dat Daniel het al razend druk heeft met z’n drie andere strip:  ‘Jan Jans en de Kinderen’, ‘ de Rode kater’ en ‘Uuterwaerdt’ moeten ook gemaakt worden. Rick Turpin moet hij er dus ergens tussen zien te krijgen.

Waarom herbeginnen?

Misschien stel je je de vraag waarom we met het concept van Rick Turpin niet uit de voeten kunnen om lange verhalen te maken? Wel… De reden is eigenlijk simpel: Rick Turpin heeft te weinig om het lijf om een verhaal van meer dan 40 pagina’s te vullen. Onze Rick Turpin beleeft maar korte avonturen: Hij wil een postkoets overvallen en intussen zijn reputatie uitbouwen. Er gebeurt iets onverwachts. De overval verloopt helemaal niet zoals gepland. Er komt een grappig einde. Dat is drie bladzijden. Je kan dat niet rekken tot een verhaal van 40 pagina’s. :-) Je kan dat ook geen dertien keren herhalen zodat je verhaal toch gevuld is. :-) We kunnen de bestaande wereld van Rick Turpin natuurlijk gaan uitbreiden, maar iets in me zegt dat we onszelf dan wellicht zullen vastzetten. Avonturen maken van een struikrover is wel tof, maar na enkele verhalen (Als stripauteur ben je daar onvermijdelijk mee bezig; je maakt geen plannen voor een serie die slecht twee of drie verhalen telt.) kom je onvermijdelijk in de problemen. Je wil niet in herhaling vallen, dus moet je universum open genoeg blijven om steeds nieuwe verhalen te kunnen bedenken.

Je ziet: Er is een hele andere aanpak vereist om dat soort lange verhalen te maken. Het personage zal veel meer moeten worden uitgewerkt. We zullen ook op zoek moeten gaan naar een nieuwe wereld, waarbinnen meerdere personages moeten passen, en die de scenarist (ik dus) de kans geeft om voldoende interessante dingen uit z’n hoed te toveren zodat het allemaal leuk en plezant is om te lezen! Tezelfdertijd moet het uiteraard wel dezelfde strip blijven. Het uitgangspunt is Rick Turpin. Documenteren is de boodschap. Hoe meer documentatie over de periode tussen pakweg 1730 en 1800, hoe beter. Ik maak alvast een plaatsje vrij in mijn bureau om een nieuwe lichting boeken, dvd’s, stripverhalen, enz… te kunnen neerleggen.

Live

Terwijl we ondertussen met een ‘echte’ stripreeks zijn begonnen, hebben Daniel Vanden Broek en ikzelf elkaar nog steeds niet ontmoet. Dat vinden we eigenlijk ontoelaatbaar, na al die tijd. Maar de omstandigheden zorgden er eerder voor dat het niet lukte. Het is Daniel die de koe bij de horens neemt, en er een eind aan maakt. Hij boekt met zijn vriendin Chantal een weekendje Brugge (zeventien kilometer van mijn huis) om dan eens langs te kunnen komen. Dat is best een spannend moment. Het zou maar eens moeten tegenvallen als je elkaar dan eindelijk ontmoet, zeg! Gelukkig wordt het een heel aangename ontmoeting. Daniel en ik zijn bijna onmiddellijk vertrokken met een goed gesprek over onze strip, maar ook onze wederhelften hebben geen moeite om het gezellig te houden. Als ze terug naar Nederland vertrekken, hebben we er een enorme troef bij: We zijn geen onbekenden meer van elkaar, en kijken uit naar een volgende ontmoeting. Ik ben er ook van overtuigd dat het met Rick Turpin moet gaan lukken.

Alleen is dit eigenlijk nog steeds dag 1: Alles begint opnieuw.

(Maar daarover meer in de volgende aflevering.)

 

De geboorte van een strip – Turpin – 10 11.01.2012 - door Ivan Claeys - reageer

Neerzitten en rondkijken

Het is weer wachten geblazen. Mijn tweede scenario is klaar, het universum van Rick Turpin is bepaald, de toekomstplannen voor de reeks zijn besproken. Tijd om eens neer te zitten en te kijken waar we zijn. Het is iets dat ik wel meer doe. Vooral als het erg druk dreigt te worden is het wel interessant om al je activiteiten van het moment eens op een rij te zetten, en daarna te bekijken of het allemaal wel de moeite waard is om ermee door te gaan. Deze keer doe ik het niet omdat het erg druk is en ik daardoor verplicht wordt te snoeien in mijn activiteiten, maar is het eerder uit verveling dat ik een overzicht maak… In 2010 ziet mijn (strip-)lijstje er namelijk vervelend kort uit: Ik ben hoofdredacteur van een striptijdschrift, ben bestuurslid van de Vlaamse Onafhankelijke Stripgilde, schrijf heel onregelmatig een column voor diezelfde Stripgilde, en ben met een beperkt aantal strips bezig. Vooral dat laatste stoort me; het lijstje is veel te kort. Ik maak vooral strips voor het stripblad P@per, want daarbuiten zijn er niet zo veel mogelijkheden. De crisis heeft hard toegeslagen in stripland, en het ziet er niet naar uit dat het vlug zal veranderen. De mooie toekomstperspectieven rond Rick Turpin heb ik dan ook hard nodig om mijn carrière als scenarist in gang te houden. Gelukkig zijn er ook een aantal andere dingen waar ik kan naar uitkijken: Met Chris Evenhuis en Luc De Maeyer ben ik bezig aan twee bijkomende projecten die me genoeg energie geven om positief gestemd te zijn als er nog maar eens slecht nieuws langskomt: Daniel blaast de deelname aan de wedstrijd van het Nederlandse  dagblad NRC af. Hij haalt de deadline niet. Het zorgt ervoor dat de strip wéér blijft liggen. Daniel en ik spreken af om het scenario van de wedstrijd te gebruiken om een tweede verhaal in P@per te plaatsen. Maar eerst moet hij uiteraard de tijd vinden om het verhaaltje uit te werken. En zolang Daniel er niet aan begint, houdt iets me tegen om met het derde verhaal te starten.

Op die manier gaan zes maanden voorbij zonder dat er iets gedaan wordt. Net als bij de voorgaande keren dreigt het project hierdoor toch ten einde te komen. Projecten waar je niet mee bezig bent, worden vaak vergeten. Ik heb dan ook een lichte vrees dat Daniel toch niet opnieuw aan Rick Turpin zal herbeginnen eens zijn drukke periode voorbij is. Het is een lichte vrees, omdat we regelmatig contact blijven houden via internet of via de telefoon. We hebben elkaar nog steeds niet ontmoet, en dat maakt het allemaal wel wat lastiger. Den Helder ligt dan ook bijna 350 km van St.Joris (Beernem) vandaan. Je rijdt niet vlug  heen en weer om ‘hallo’ te zeggen. Dat ik helemaal geen telefoonmens ben, helpt de situatie evenmin vooruit. Ik moet echt moeite doen om een deftig telefoongesprek met iemand te houden, als ik geen concrete zaken moet afspreken. Praten over koetjes en kalfjes is helemaal niet mijn ding… Maar gelukkig ben ik een stuk beter in het opstellen van interessante e-mails! Ondanks dat de vooruitgang aan de serie nul komma nul is, slagen Daniel en ikzelf er toch in plezante contacten te houden, waarin we ons enthousiasme en geloof in de reeks tastbaar houden.

Het universum van Rick Turpin (2)

De lange periode van stilstand zorgt ervoor dat er nu en dan nieuwe ideeën de kop opsteken. Uiteindelijk ziet de stripreeks er zo uit: Dick Turpin is Rick Turpin! De beruchte bandiet heeft echter de pech gehad dat men zijn naam (Rick dus) in het begin van zijn ‘carrière’ per ongeluk heeft verward met Dick. Sindsdien is hij overal bekend als Dick Turpin, en dit tot zijn grote frustratie! Hij wil dit altijd en overal rechtzetten, zonder resultaat. De stripserie volgt aldus de échte struikrover, die in het Engeland van de achttiende eeuw deel uitmaakte van een echte roversbende en daarna ook nog een succesvolle solo-carrière uitbouwde. Zijn grote bekendheid zorgt er eveneens voor dat de vele stommiteiten die hij uitspookt helemaal niet worden opgemerkt door z’n slachtoffers.

Nog een publicatie

De vele contacten tussen Daniel en ikzelf zorgen er niet alleen voor dat de serie blijft leven in onze hoofden. Nu en dan komen ook ideeën bovendrijven om meer te gaan doen met de eerste aflevering. Dat levert zijn vruchten af: in Nederland krijgt het kortverhaal interesse van Nederlandse striptijdschriften als StripNieuws en Eppo. Een publicatie in Nederland zou heel leuk zijn, en ervoor zorgen dat we een ‘internationale strip’ in onze handen hebben. Dat klinkt een beetje stom, maar ik heb op mijn palmares nog maar één eigen strip die de landsgrenzen heeft overgestoken. Een ander kortverhaal, Martini, was eerder al te lezen op het Vlaamse webmagazine PulpdeLuxe en werd nadien in het Nederlandse stripblad Myx gepubliceerd.  Rick Turpin zou dus nog maar nummer twee zijn. Duimen maar…

 

 

 

 

 

 

 

De geboorte van een strip – Turpin – 09 04.01.2012 - door Ivan Claeys - reageer

We maken een reeks

In de vorige aflevering konden jullie een scenario van me lezen. Het jaar is 2010.  Het is het tweede verhaal van Rick Turpin voor wat een reeks kortverhalen moet gaan worden.

De stap van kortverhaal naar reeks(je) bezorgt je een aantal grote voordelen. Reeksen worden gemaakt met een aantal vaste hoofdpersonages, een vaste sfeer, eenzelfde soort verhalen. Dat zorgt ervoor dat het veel gemakkelijker wordt om nieuwe afleveringen te maken. Je moet niet elke keer alles gaan ‘uitvinden’. Rick Turpin zal er niet elke keer anders uitzien. Hij zal zich evenmin elke keer anders gaan gedragen, en het verteltempo blijft hetzelfde. En toch is het niet zo dat het derde kortverhaal er vanzelf komt… Ik moet namelijk het ‘universum’ van Rick Turpin nog gaan uitvinden.

Toen we aan het eerste en tweede verhaal begonnen hadden we geen reeks voor ogen. Zeker bij het eerste verhaal. Het zou een one-shot gaan worden. Een parodie op Dick Turpin. Het tweede verhaal was gewoon een natuurlijk vervolg daarop. Maar nu we op punt staan om een échte reeks te gaan maken zit ik als scenarist met enkele héél belangrijke keuzes: Wie is Rick Turpin eigenlijk? Wat is zijn motivatie? Waar bevindt hij zich? Het zijn dingen die ik heel graag wil weten voordat ik het derde verhaal uit mijn mouw schudt. Ik wil dat alles klopt. Dat ik achteraf geen bokkensprongen in mijn verhalen moet maken om de dingen uitgelegd te krijgen. Ik wil geen contradicties in mijn strips.

Anderen hebben daar geen problemen mee: Raoul Cauvin, bijvoorbeeld, is een hele grote naam in het wereldje van de scenarioschrijvers. Iemand die ik stiekem erg bewonder vanwege reeksen als ‘De Blauwbloezen’, ‘Vrouwen in ‘t Wit’, en vele andere. Maar ik heb het er altijd moeilijk mee dat hij historische feiten door elkaar haspelt. Of dat hij zich in zijn eigen reeksen tegenspreekt. Het maakt er wellicht zijn werk niet minder goed door, maar voor mezelf vind ik het onaanvaardbaar dat er onlogische zaken in mijn werk zouden sluipen. De Spock in mij verbiedt dat.

Dat maakt het er echter niet gemakkelijker op. Mijn zoektocht naar Rick Turpin is een moeilijke, die veel tijd vergt. Maar het geluk lacht mij toe! De crisis, alle bijkomende tegenslagen in stripland, en de drukke bezigheden van Daniel hebben ervoor gezorgd dat ik tijd heb om mij daarmee bezig te houden!

Het universum van Rick Turpin

De wereld van Rick Turpin creëren  is niet als een puzzel, waarbij je puzzelstukjes bij elkaar legt en langzaam maar zeker tot een homogeen geheel komt. Nee, het als als tien puzzels die door elkaar gekapt zijn. Als je een stukje aanlegt kan het passen, maar misschien moet je het nadien weer gaan weghalen omdat het toch van een andere puzzel blijkt te zijn. Concreet naar de strip toe: je zoekt ideeën die bij je concept passen, maar je haalt er nadien een flink wat terug weg.

Na een tijd ziet het er zo uit:

Het jaar is 1738. Rick Turpin is een Engelse struikrover. Hij overvalt eenzame reizigers en koetsen op een grappige (voor de lezers dan) manier. Z’n grootste frustratie is Dick Turpin. Deze naamgenoot, die in dezelfde periode actief is in Engeland  en een beruchte reputatie weet te verwerven, is een doorn in het oog. Op die manier kan Rick Turpin namelijk zijn eigen reputatie niet uitbouwen. Hij wordt steeds verward met de grote Dick Turpin. Dat de overvallen van onze Rick niet altijd verlopen zoals hij gehoopt had, helpt ook niet echt. Rick krijgt af te rekenen met een heleboel mensen die hem voor Dick Turpin houden: fans, de plaatselijke autoriteiten, premiejagers, een oud-lief, enz… Er is ruimte voor een sidekick. Die moet een naam krijgen die op Swiftnick (de naam die hij in de tv-serie kreeg) lijkt en de sheriff die Daniel eerder tekenende moet ook een rol krijgen.

Een mooi uitgangspunt. Daar kan ik al een mooi setje kortverhalen uit puren. Misschien zelfs genoeg om er over enkele jaren een album mee te vullen. Dat zou wat zijn…

 

Wens je op de hoogte te blijven van de wekelijkse update? Of heb je de eerste afleveringen van deze blog gemist? Stuur een mail naar ivandeechte@hotmail.com

 

Recensie – Murphy’s Miserable Space Adventures 28.12.2011 - door Peter Moerenhout - 1 reactie

It’s a comic, Jim, but not as we know it.

Charlotte Dumortier studeerde dit jaar af aan Sint-Lukas Brussel. Als masterproef maakte ze zeven boekjes met korte gags over een eenzame ruimtevaarder die ze Murphy doopte. Johan Stuyck, die lesgeeft op Sint-Lukas, vond die boekjes zo goed dat hij haar voorstelde om ze uit te geven bij Oogachtend. Maar wat vinden wij daarvan?

Wel, eerst en vooral is dit een boek voor mensen die graag kijken. Normale gagstrips hebben een vrij strikte structuur: een zelfde aantal prentjes, steeds dezelfde lay-out of opbouw, … De strips van Dumortier dienden als masterproef en daarvoor worden de studenten aangespoord om al hun kunsten te etaleren. Een gevolg daarvan is dat Dumortier loos gaat met lay-out, ritme, inkleuring en dergelijke meer. Gevolg daarvan is dat geen enkele gag of pagina dezelfde is.

Dat had een warboel kunnen worden ware het niet dat Dumortier het effect van de verschillen tussen de gags weet te breken door het tussenvoegen van op zichzelf staande, meestal paginagrote tekeningen. Die fungeren als een soort van rustpunt en herbergen soms een grap op zichzelf. Ze weet die prenten ook inhoud te geven door erin te verwijzen naar eerdere of nog komende gags en ook dat werkt de cohesie van het boek in de hand.

De avonturen van Murphy eindigen steeds op dezelfde manier: de dood van de (anti)held. Dat moet aan de ene kant een enorme steun geweest zijn bij het maken van de strips omdat men op die manier toch enige scenariële houvast heeft, maar aan de andere kant kan dat uiteraard ook leiden tot herhaling en autoplagiaat. Dumortier weet die valstrikken zeer goed te ontwijken. Murphy kent een gigantisch gala aan levenseindes die vrijwel allemaal even grappig als onverwacht aankomen.

De tekeningen zijn van een hoog niveau en doen zeer “poppy” aan. Zonder Dumortier op hetzelfde niveau te willen zetten, ze staat nu eenmaal nog maar aan het begin van haar carrière, zou ik haar toch in dezelfde map klasseren als een John Kricfalusi of een minder gedetailleerd tekenende Paul Pope. Dumortier abstraheert veel meer dan die laatste maar qua feel vind ik haar vergelijkbaar.

Liefhebbers van strips als Hägar De Verschrikkelijke zijn waarschijnlijk aan het foute adres bij deze strip omdat al de vormexperimenten de traditionele lezer misschien wat zullen afschrikken maar eenieder met een open geest en wat kloten aan zijn of haar lijf zal zich door de aanschaf van deze strip geen buil vallen.

Murphy’s Miserable Space Adventures

Charlotte Dumortier

Oogachtend

Peter Moerenhout schrijft strips, schrijft over strips en interviewt stripmakers. Hij schrijft ook nog andere dingen en maakt muziek. Ga gerust eens kijken op zijn blog. Het doet geen pijn: http://petermoerenhout.be/