De geboorte van een strip – Turpin 14 15.02.2012 - door Ivan Claeys - reageer

Het universum van Turpin (4a)

Ik probeer de losse eindjes aan elkaar te knopen. Het is een kwestie van proberen: ‘Wat als Turpin nu eens dit of dat… Welke gevolgen heeft dat dan voor de rest van het concept? Verschillende pistes lijken achteraf onhaalbaar of  oninteressant en beperkend. Het zal wel komen. Maar nu blijkbaar nog niet. Daarnaast moet ik ook op zoek naar nevenpersonages. In blog 13 las je dat Daan graag een vaste groep rond onze Turpin had. Maar omdat ik nog niet zeker ben wie Turpin eigenlijk is, blijf ik de beslissingen daaromtrent wat voor me uitschuiven. Een stresserende situatie. Daan verhoogt de druk nog wat door ‘werk’ te vragen. Hij wil dolgraag schetsen gaan maken van de nieuwe personages. Tja… Als je tekenaar tijd heeft om met je strip bezig te zijn moet je hem werk geven.

Ik beslis om het andersom te proberen: Ik werk Turpin nog niét uit. Ik ga er enkel vanuit dat hij een spion zal zijn. De rest vul ik later wel in. Ik hou me eerst bezig met de groep rond hem, zodat Daan zijn voorbereidend schetswerk kan beginnen. Eens kijken… Ik heb een groep geheime agenten nodig waar ik grappige dingen mee kan doen. Een leider. Ik noem hem onmiddellijk James Pond. Dat klinkt niet alleen grappig, de lezer zal ook direct weten wat voor personage het is. Daan vroeg om een vrouw. Eentje die haar charmes kan gebruiken. Dat is twee. Een krachtpatser is ook altijd handig, om de dingen recht te trekken als het nodig is. Als tegenpool verzin ik daarbij een spion die  niets kan: een eenbenige, slechthorende oude man. Dat lijkt me wel grappig. Dat is vier. Nog eentje. Er mag nog een onopvallend karakter bij. Eentje die kan doorgaan voor iedereen, zonder op te vallen. Een knecht.

Het eerste verhaal

Terwijl ik met die personages bezig ben, begin ik flarden van het eerste verhaal te ontdekken. Ze moeten naar de Caraïben om iemand op te halen. Een rijkeluiszoontje. Zo’n verwend ventje dat denkt dat de wereld rond hem draait en pappie wil dat ie terug komt. Dat lijkt me wel leuk. Het moet niet over politiek gaan, of oorlog, of andere belangrijke zaken in het eerste verhaal. Lekker luchtig kan ook. Die politiek of oorlog stop ik er tussen de regels wel in, zodat het vooral een vrolijk sfeertje blijft. Maar ik heb wel een slechterik nodig… Iemand die roet in het eten gooit. Een piraat? In de Caraïben zitten piraten, dus die moeten een belangrijke rol in het verhaal spelen. Bovendien wil Daan ze graag tekenen. Hop, een piraat als slechterik. Zo snel kan het gaan. In dat proces leg ik de eerste stukken van de structuur van het verhaal vast: een openingsscène in Engeland en dan verkassen naar de Caraïben. Ik zou kunnen starten met een mislukte overval… Dan is de link met het kortverhaal, en met Dick Turpin ook direct gelegd… Ik kriebel het op een post-it. Daar moet mijn aandacht eerst naar gaan.

De eerste schetsen

Even snel als ik de personages op een rij zet, stuurt Daan me de eerste schetsen door. Ja, dat ziet er weer goed uit. Het zal niet lang duren vooraleer ik het verhaal op orde krijg. Je voelt dat. Als je ideeën opgevolgd worden door schetsen die je inspiratie nog meer doen opflakkeren komt het soms snel. We zijn vertrokken!

 

 

Reageer op dit artikel

* Copy this password:

* Type or paste password here: